Hoe werkt de Nederlandse testservice?

In Nederland is drugs testen toegestaan en wereldwijd is er steeds meer aandacht voor. Toch vragen veel mensen zich nog af waarom drugstests in Nederland zijn toegestaan. Dus waarom zijn er drugstestcentra, en hoe werkt dat precies?

Deze pagina verscheen eerst op Unity.nl

Geschiedenis

Eind jaren 80 waren het SAD (Stichting Adviesburo Drugs) en de Jellinek de voortrekkers van het testen. Ze testen stiekem samples van consumenten. Het SAD begon in die tijd (1987) ook met het zuren van drugs (zie ‘hoe werkt het testen’) en daaraan gekoppelde voorlichting op feesten. Dat gebeurde onder de vlag van haar ‘Safe House Campagne’. Dit zuren gaf beperkte informatie over de inhoud van een pil of poeder. Maar dat was altijd beter dan geen informatie. Bovendien was de drugsmarkt in die tijd nog niet zo ingewikkeld en divers als nu, dus was het nuttige informatie voor de gebruikers.

Het DIMS (Drugs Informatie en Monitoring Systeem) werd in 1992 opgericht. In februari 1999 besloot toenmalig Minister Borst (Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport) om het testen en het bewaken van gezondheidsrisico’s centraal te regelen. Ze bracht de coördinatie onder bij het Trimbos-instituut. Het DIMS professionaliseerde de testservice samen met een aantal instellingen voor verslavingszorg en het SAD. Het testen op de ‘dansvloer’ verschoof naar ‘kantoortesten’. Over het testen op feesten kan je hier meer lezen.

Monitoren

Het primaire doel van het DIMS is sinds 1999 niet het aanbieden van een service voor de gebruiker, maar om de Nederlandse drugsmarkten in de gaten te houden. Op basis hiervan kan actie ondernomen worden als er sprake is van een acuut gevaarlijke situatie voor de volksgezondheid. Dat de gebruiker deze unieke mogelijkheid aan kan pakken om te weten wat er in zijn drugs zit is voor de gebruiker natuurlijk wel erg handig.

Drukte

Over de jaren is de testservice bekender geworden. Steeds meer mensen die wel eens drugs gebruiken weten de testspreekuren in het land te vinden. Vooral rond feestdagen en in het festivalseizoen is het druk.
Afgelopen jaren is het vaak voorgekomen dat er meer drugssamples werden ingeleverd dan er in het lab geanalyseerd konden worden. Er is simpelweg niet genoeg budget om alles naar het laboratorium te sturen dat ingeleverd wordt.  Veel gebruikers kregen daardoor niet te horen wat er in hun drugs zat. Om dit op te vangen is het DIMS in 2016 begonnen met het onderzoeken van een nieuwe analysemethode (zie FTIR).

Locaties

Er zijn 31 locaties (Instellingen voor Verslavingszorg en GGD Amsterdam) in Nederland waar je anoniem je drugs in kan leveren. Er zijn testservices en inleverpunten. Bij een inleverpunt kan men alleen een drugssample inleveren om het direct naar het DIMS-bureau te laten doorsturen. Bij de testservices worden consumenten geholpen door preventiemedewerkers. Bezoekers krijgen een toelichting over de testservice en de inhoud van hun drugssample. Daarnaast biedt dit contact de gelegenheid om vragen van gebruikers te beantwoorden en voorlichting te geven. De ervaring leert dat de bezoekers van de testservice de verkregen informatie weer delen met hun vrienden, waardoor het bereik sterk wordt vergroot.

Sample

Drugsgebruikers leveren bij de testlocatie een kleine hoeveelheid drugs in, ook wel een sample genoemd.  Om je drugs te kunnen testen heeft de testservice minimaal een hele pil (met duidelijk logo), 100 mg poeder, 1 zegel of 2 ml vloeistof nodig. De medewerkers van het DIMS nemen alleen het deel in dat nodig is voor de testprocedure. De rest van de drugs mag je weer mee naar huis nemen. Let op: de testservice is alleen bedoeld voor gebruikers en niet voor drugsdealers.

Reagenstest

Alle aangeleverde samples worden gezuurd (marquis vloeistof). De reactie van een drug met dit zuur geeft een idee om welke drug het kan gaan. Een idee, omdat veel drugs eenzelfde of vergelijkbare kleurreactie geven. Dus het geeft alleen een hint om welke drug het zou kunnen gaan. Ook wordt niet duidelijk hoe sterk het sample is en of er eventueel nog andere stoffen in zitten.

Poeders, vloeistoffen en zegels worden om die reden dan ook sowieso naar het laboratorium gestuurd. Aan de vorm, kleur of structuur kan je niet zien wat er in het sample zit.

Pillen

Bij pillen kan dat wel. Daarvan worden diverse kenmerken bekeken: logo, vorm, type breuklijn, diameter, dikte, profiel (plat of bol) en kleur. Ook de zuurtest is een van de kenmerken om een pil te kunnen herkennen. Aan de hand van de specifieke combinatie van die kenmerken kunnen pillen herkend worden met behulp van een zogenaamde weeklijst. Op deze lijst worden door het landelijke DIMS-bureau alleen pillen geplaatst waarvan ze zeker weten wat er in zit en de lijst wordt wekelijks ge-update. Bij twijfels over de inhoud komt een pil niet op de lijst.

Spreiding

Bij de uitslag van een pil die herkend wordt krijgt de consument een gemiddelde en een spreiding te horen. Pillen met een illegaal middel zoals MDMA worden nooit zo netjes gemaakt als medicijnen, waar alleen een zeer kleine maximale spreiding van de werkzame stof toegestaan is. De spreiding bij illegale drugs kan heel groot zijn, dat kan het lastig maken voor de gebruiker om een dosis te bepalen. De vermelde spreiding bestaat uit het aantal mg werkzame stof in de pil van de laagst gemeten hoeveelheid tot het hoogst gemeten aantal milligram. De werkelijke spreiding van de pillen van die partij zal altijd groter zijn, dan de in het lab gemeten spreiding.

Analyse

Als een pil niet wordt herkend dan wordt hij, in overleg met de aanleveraar, samen met alle andere ingeleverde drugssamples opgestuurd naar het DIMS-bureau. Ieder sample krijgt een unieke code en die code krijgt de aanleveraar mee op een kaartje. Bij het DIMS-bureau bekijken ze wat er die week ingeleverd is en bepalen ze, met de informatie die ze van de testservices krijgen, wat er wel en niet naar het laboratorium gestuurd wordt.

Het laboratorium meet met behulp van GC-MS en LC-DAD wat er in de samples zit. Via het DIMS-bureau komen de uitslagen daarna weer terug bij de testservice. De aanleveraar kan dan een week na het inleveren van zijn sample bellen voor de uitslag.

Van een aantal veel voorkomende stoffen krijgt de consument te horen hoeveel er van die stof in het sample zat (we noemen dat kwantificatie). Van minder gangbare stoffen wordt, vanwege de hoge kosten, wel aangegeven dat het er in zit, maar niet hoeveel precies. Zo kan een sample bijvoorbeeld 50% cocaïne bevatten, 8% levamisol en lidocaïne (niet gekwantificeerd). Op het moment worden de volgende stoffen gekwantificeerd: MDMA, amfetamine, methamfetamine, cocaïne, levamisol, cafeïne, 4-fluoramfetamine, 2C-B, fenacetine, ketamine. GHB kan via de FTIR (zie FTIR) (semi-)gekwantificeerd worden.

Sommige stoffen kunnen niet via de standaard manier (GC-MS) geanalyseerd worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor LSD en GHB. Deze bijzondere analyses zijn een stuk duurder dan de standaard analyse. Dit geldt ook voor kwantificaties van stoffen die niet standaard gekwantificeerd worden (zie de 10 hierboven). Daarom is hiervoor maar beperkt ruimte.

FTIR

Sinds 2016 heeft het DIMS een extra analysemethode. Om de grote hoeveelheid samples die elk jaar aangeleverd worden te kunnen testen heeft het DIMS een Fourier Transform InfraRoodapparaat aangeschaft. Hiermee is het mogelijk om sneller en goedkoper maar nog steeds betrouwbaar samples te analyseren. Wel heeft het FTIR apparaat een aantal nadelen.

Ten eerste kan de FTIR alleen stoffen aantonen waarvan er meer dan 10% in het sample zit. Stel dus dat er 7% cafeïne in een speedsample zit dan komt dit niet in de analyse naar boven. Dit kan natuurlijk riskant zijn. Als er in een sample een laag percentage van een risicovolle stof zit, zonder dat dat wordt opgemerkt, dan kan dat voor gevaarlijke situaties zorgen. In de praktijk komt dit echter zeer weinig voor. Stel dat er aanwijzingen zijn dat er een gevaarlijke stof in lage concentraties in speed voorkomt, dan zal het DIMS samples die verkocht zijn als speed voor een lange periode naar het lab sturen ter controle. In de praktijk is dit risico dus erg laag.

Ten tweede is het FTIR-apparaat iets minder nauwkeurig. Ook een labanalyse heeft altijd een foutmarge. Bij het lab is die foutmarge maximaal 5%. Maar FTIR uitslagen kunnen een afwijking van maximaal 10-15 procent hebben, afhankelijk van de drug die geanalyseerd wordt. Vanwege die minder nauwkeurige meting heeft het DIMS dit uitgebreid onderzocht om toch zo nauwkeurig mogelijk te kunnen meten en een betrouwbare uitslag te geven. Bij een uitslag van de FTIR krijg je dus een spreiding te horen. Bijvoorbeeld kan het FTIR-apparaat aangeven dat een MDMA sample 71% MDMA bevat. Voor de nauwkeurigheid krijg je dan ook de spreiding te horen: 61-81%. Meestal zal de werkelijke uitslag rond die 71% liggen, maar soms kan het iets meer afwijken (tot max 10%).

De hoeveelheid informatie die het FTIR-apparaat geeft is minder dan bij een laboratoriumanalyse maar het is informatiever dan als het sample helemaal niet geanalyseerd zou zijn vanwege het beperkte budget. Mocht het DIMS twijfels hebben over de inhoud van een sample of de FTIR analyse dan kan het sample altijd naar het laboratorium gestuurd worden voor een nauwkeurigere analyse.

Stof Foutmarge
Amfetamine 15%
Cafeïne 15%
GHB 50 mg/ml
Ketamine 10%
MDMA 10%
Wat kan je laten testen?

Je kan bijna alle illegale middelen laten testen. Ook Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS) zoals 4-FA. Het kan zijn dat een stof zo nieuw is dat het laboratorium het nog niet in de database heeft staan, maar dat komt weinig voor. Paddo’s, medicijnen, cannabis, tabak, anabolen, alcohol, smartproducten en grondstoffen kan je niet laten testen.

Waarom staat de overheid drugstests toe?

In het belang van de volksgezondheid is het toegestaan om te testen. Het DIMS heeft als taak om de illegale drugsmarkt in de gaten te houden en om gebruikers te waarschuwen als er gevaarlijke situaties zijn. Dit waarschuwen is al meerdere keren gebeurd. Er is een grote kans dat dit levens gered heeft, maar dat is natuurlijk heel moeilijk te bewijzen. Eind 2014 werd er bijvoorbeeld gewaarschuwd voor een roze supermanpil die een hoge dosering PMMA bevatte. Die pil is na de waarschuwing gelukkig niet meer door het DIMS aangetroffen en heeft waarschijnlijk geen incidenten veroorzaakt in Nederland.

Lijst riskante pillen

Sinds 2015 geeft het DIMS via drugs-test.nl een lijst weer met recente extra riskante pillen. Dit houdt niet in dat andere pillen niet riskant zijn, maar deze pillen wil je in ieder geval niet nemen. Omdat het DIMS niet alle pillen test die op de drugsmarkten aanwezig zijn is deze lijst waarschijnlijk niet volledig. Houd er dus rekening mee dat ook andere pillen extra gevaarlijke stoffen kunnen bevatten. Hier is de lijst te bekijken. De lijst is ook via de Red alert app te bekijken.

Voorlichting en preventie

De ingeleverde samples geven een beeld van het type drugs dat gebruikt wordt in Nederland en ze geven nuttige informatie over trends en ontwikkelingen op de drugsmarkt. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de flink gestegen gemiddelde inhoud van XTC-tabletten in de afgelopen jaren. Hierdoor werd duidelijk dat er vanuit voorlichting meer aandacht nodig is voor XTC en dan vooral voor de risico’s van het gebruik van hoge doseringen MDMA.

Voorwaarden

Een van de voorwaarden is natuurlijk wel dat illegale handelingen zoals verkopen en produceren niet gestimuleerd mogen worden. Daarom wordt er alleen voor consumenten getest en is het niet toegestaan om grondstoffen te testen. Omdat het DIMS de Nederlandse markt in de gaten houdt testen ze alleen middelen die in Nederland zijn aangekocht.

Andere landen

De testservice is een uniek systeem in de wereld. Er zijn in andere landen (o.a. Engeland, Oostenrijk, Spanje, Zwitserland) ook wel vergelijkbare services maar er is er geen een die zo uitgebreid en al zo lang werkzaam is. Maak daar dus gebruik van en laat je drugs testen voordat je iets neemt!

Hoe werkt de Nederlandse testservice?
5 (100%) 1 vote